Julia’s running.. the stars look different
Ze had het kunnen weten, maar wilde het niet zien. Kon het niet zien. Geloofde het niet bij een glimp. Wilde niet geloven van wat ze al wist dat waar was. Voorzien kon worden. Vooral door haar. Ze rent, ze vlucht, ontkent. Tijd! roept ze hard in de krochten van haar ziel, van haar hart. Haar lachende hart. Uitlachen doet het. Niet gelukslachen. Uitlachen in the face. Het hart wat de ziel uitlacht.
En laf als ze is, slikt ze niet eens de woorden in, ze weigert gevoelens woorden te laten worden. Ze hoort al van verre de woorden in flarden. En wild schud ze haar haren, zodat de slierten haar in het gezicht slaan. Ze wil het niet horen. Schuld, eigen schuld. Nu moet je boeten, op de blaren zitten, eraan geloven. Je hebt geen recht en als je het al had, je hebt het zelf uit handen gespeeld. Niet gegeven, dat leek het misschien. Nu blijkt het een spel. Verradelijk. Waarheid blijkt wederom illusie. Uit onverwachte, toch kraakheldere hoek. Ze wilde het niet zien en als een hippie liet ze haar lange haar voor haar ogen vallen, waar de wind haar eigen leugens doorheen blies, waarheid wordend in haar oren.
Het schokte haar. Het schokte haar hele wezen. Dat was slechts in eerste instantie. Haar sterke bewustzijn hielp haar al snel de snode waarheid te zien. De schok was niet terecht hoor, welnee. Je hebt het zo gewild. Ontkennen heeft geen zin. Je onderbewuste mag je niet ontkennen. Is sterker zelfs en juist jij kon dat weten. Zo makkelijk ging het dus. En zo had ze haar recht verspild. Daar zijn de blaren en ga er maar op zitten.
Het wachten in een hoekje tot het over is. Het heel hard rennen, overschreeuwen of het de tijd geven zoals het hoort. Het bereikt niets. Het terugdringen van woorden lukt haar nog net.
En ze lacht en ze lacht en ze lacht.
